Nieuws

Mogelijke afschaffing kleineondernemersregeling

woensdag 2 november 2016

Mogelijke afschaffing kleineondernemersregeling

Bent u zelfstandig ondernemer en bent u weinig btw verschuldigd? Dan komt u in aanmerking voor de kleineondernemersregeling. U betaalt dan minder of geen btw aan de Belastingdienst. Deze regeling wordt wellicht vervangen door een facultatieve omzetgerelateerde vrijstelling.

Indien u op jaarbasis maximaal € 1.883 aan btw (na aftrek van voorbelasting)  verschuldigd bent, komt u in aanmerking voor de kleineondernemersregeling (KOR). In dat geval hoeft u een deel van de btw niet te voldoen. Er geldt zelfs een vermindering van 100% indien u op jaarbasis niet meer dan € 1.345 aan btw verschuldigd bent.

Let op!De KOR kan alleen worden toegepast door natuurlijke personen.

Vervanging

Omdat de staatssecretaris de uitvoeringskosten voor de Belastingdienst en de administratieve lasten voor de ondernemers te hoog vindt, onderzoekt hij of de KOR vervangen kan worden door een facultatieve omzetgerelateerde vrijstelling. Of en wanneer die vervanging plaatsvindt is nog niet bekend. De staatssecretaris heeft de hoop uitgesproken de Tweede Kamer daarover nog in 2016 te informeren.

AOW-leeftijd drie maanden omhoog

woensdag 2 november 2016

AOW-leeftijd drie maanden omhoog

De leeftijdsverwachting van AOW’ers gaat nog altijd omhoog. Reden voor het kabinet om nu al aan te kondigen dat de AOW-gerechtigde leeftijd in 2022 zal worden verhoogd met drie maanden. AOW-leeftijd.

De AOW-leeftijd wordt vanaf 2022 gekoppeld aan de levensverwachting van mensen. Op dit moment staat nog zes jaar vast wat de AOW-gerechtigde leeftijd in dat jaar is.

 

 2016 65 jaar en zes maanden
 2017 65 jaar en negen maanden
 2018 66 jaar
 2019 66 jaar en vier maanden
 2020 66 jaar en acht maanden
 2021 67 jaar

AOW-leeftijd in 2022

In het verleden is afgesproken dat een nieuwe verhoging van de AOW-leeftijd vijf jaar voor de inwerkingtreding bekend moet worden gemaakt. Op 31 oktober 2016 heeft het kabinet daarom laten weten dat de AOW-leeftijd in 2022 met drie maanden omhoog gaat. Daarmee komt de nieuwe AOW-leeftijd in 2022 uit op 67 jaar en drie maanden.

Tip:Benieuwd wanneer uw AOW ingaat? Op de site van de SVB kunt u met een simpele tool kijken vanaf wanneer u AOW krijgt.

Kabinet repareert per direct bedrijfsopvolgingsregeling

dinsdag 5 juli 2016

Een uitspraak van de Hoge Raad is reden voor het kabinet om de bedrijfsopvolgingsregeling voor de erf-en schenkbelasting per direct te repareren. De uitspraak heeft volgens het kabinet namelijk een ongewenste verruiming tot gevolg en een forse budgettaire derving van ten minste enkele tientallen miljoenen.

Om het voortbestaan van een onderneming niet in gevaar te brengen kent de Successiewet de bedrijfsopvolgingsregeling. De regeling komt erop neer dat degene die ondernemingsvermogen erft of geschonken krijgt – onder voorwaarden – (nagenoeg) geen schenk- en erfbelasting hoeft te betalen. Er geldt namelijk een forse vrijstelling.

De bedrijfsopvolgingsregeling kan kort gezegd ook worden toegepast bij de verkrijging van aandelen die tot het direct of indirect aanmerkelijk belang behoren van de erflater of de schenker. De vrijstelling is alleen van toepassing op dat deel van de waarde van de aandelen dat (op een kleine marge na) toerekenbaar is aan echt ondernemingsvermogen.

Reparatie

Door de uitspraak van de Hoge Raad is het mogelijk dat ook een aandelenpakket met een indirect belang kleiner dan 5% in sommige situaties onder de bedrijfsopvolgingsregeling kan vallen. Dat is volgens het kabinet niet de bedoeling. Reparatie moet dan ook volgen, zodat de regeling onder voorwaarden alleen van toepassing is ingeval van een direct of indirect aanmerkelijk belang, oftewel een belang van 5% of meer. Met de reparatie blijft ook de overerving van familiebedrijven beschermd.

Let op!De reparatie geldt ook voor de doorschuifregelingen voor het aanmerkelijk belang in de inkomstenbelasting.

Terugwerkende kracht

De reparatie zal worden meegenomen in de belastingplannen voor 2017. Deze worden op Prinsjesdag gepresenteerd. Vanwege de budgettaire derving en om ongewenste effecten voor te zijn, zal de reparatie met terugwerkende kracht ingaan vanaf 1 juli 2016.

Tarieven en heffingskortingen

dinsdag 15 maart 2016

Tarieven box 1

Het tarief in de eerste schijf bedraagt 8,40% (2015: 8,35%).

Het tarief in de tweede schijf bedraagt 12,25% (2015: 13,85%). Inclusief 28,15% (2015: idem) premies volksverzekeringen is het tarief in de eerste schijf 36,55% (2015: 36,5%) en in de tweede schijf 40,4% (2015: 42%).

Vanaf de derde schijf worden geen premies volksverzekeringen geheven. Het tarief in derde schijf bedraagt 40,4% (2015: 42%).

In de vierde schijf is het tarief 52% (2015: idem).

Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt geldt in de eerste twee schijven een lager percentage premies volksverzekeringen van 10,25% (2015: idem). Dit komt omdat zij geen AOW-premie hoeven te betalen.

Tarief box 2 Het tarief in box 2 bedraagt 25%.

Tarief box 3 Ondanks de lage rendementen op spaar- en beleggingstegoeden is het tarief in box 3 onveranderd 30% over een fictief behaald rendement van 4% (effectief tarief 1,2% van de waarde).

Heffingskortingen

De algemene heffingskorting bedraagt maximaal € 2.242 (2015: € 2.203). Vanaf een inkomen van € 19.922 (2015: € 19.822) daalt de algemene heffingskorting met 4,822% (2015: 2,32%) tot nihil (2015: € 1.342). Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt daalde de algemene heffingskorting in 2015 tot € 685.

De arbeidskorting bedraagt maximaal € 3.103 (2015: € 2.220). Vanaf een inkomen van € 34.015 (2015: € 49.770) daalt de arbeidskorting met 4% (2015: idem) tot nihil (2015: € 184). Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt daalde de arbeidskorting in 2015 tot € 94. De werkbonus bedraagt maximaal € 1.119 (2015: idem). De minimale leeftijd voor de werkbonus is verhoogd van 61 naar 62 jaar.

De inkomensafhankelijke combinatiekorting bedraagt minimaal € 1.039 (2015: € 1.033) en loopt vanaf een arbeidsinkomen van € 4.881 (2015: € 4.857) met 6,159% (2015: 4%) op tot maximaal € 2.769 (2015: € 2.152).

De tijdelijke heffingskorting voor VUT en prepensioen is vervallen. In 2015 bedroeg deze 0,33% van de uitkeringen met een maximum van € 61.

De levensloopverlofkorting is maximaal € 209 (2015: € 207) voor ieder jaar waarin bedragen zijn gestort in de levensloopregeling.

De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 719 (2015: € 715).

De ouderenkorting bedraagt € 1.187 (2015: € 1.042).

Extra tegemoetkomingen in het Belastingplan 2016

woensdag 25 november 2015

De verruimde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning mag worden gespreid, de energie-investeringsaftrek voor bedrijven gaat omhoog, de premie Arbeidsongeschiktheidsfonds voor werkgevers gaat omlaag en er komt meer geld beschikbaar voor ouders met kinderen. Deze en meer maatregelen stelt het kabinet voor om tegemoet te komen aan de wensen van diverse politieke partijen voor besteding van de beloofde 5 miljard lastenverlichting. Wat u extra tegemoet kunt zien voor de komende jaren, leest u hieronder.

Spreiding schenkingsvrijstelling
Per 1 januari 2017 wordt de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning verruimd. Dan mag iedereen tussen 18 en 40 jaar eenmalig per schenker maximaal € 100.000 belastingvrij ontvangen voor de eigen woning. Deze verruimde schenkingsvrijstelling was al opgenomen in het Belastingplan 2016, maar nu stelt het kabinet als extra tegemoetkoming voor dat de vrijstelling mag worden verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren.

Tegemoetkomingen voor ouders en ouderen
De kinderbijslag gaat omhoog per 1 januari 2016. Het kabinet trekt hier € 100 miljoen extra voor uit. Ook de kinderopvangtoeslag gaat extra omhoog, maar die verhoging kan pas worden ingevoerd per 2017. Vanaf 2016 komt er meer budget beschikbaar voor de extra tegemoetkoming voor ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen. De geplande verlaging van de ouderenkorting voor 2017 wordt deels teruggedraaid.

Lastenverlichting bedrijven
De arbeidslasten voor werkgevers gaan omlaag door een verlaging van de Aof-premie (premie Arbeidsongeschiktheidsfonds). Het percentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) gaat per 1 januari 2016 omhoog van 41,5% naar 58%. De verhoging moet het voor bedrijven aantrekkelijker maken te investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen. Per 1 januari 2017 komt er een vrijstelling in de energiebelasting voor het gebruik van aardgas voor mineralogische en metallurgische procedés.

Om de bovenstaande maatregelen te bekostigen, stijgt het tarief op aardgas en daalt het tarief op elektriciteit, gaat de accijns op rooktabak omhoog en daalt het tarief van de tweede en derde schijf in de inkomstenbelasting iets geringer dan in eerste instantie voorgesteld.

Let op! Of de bovenstaande voorstellen doorgaan hangt af van de Eerste Kamer. Op 18 november 2015 heeeft de Tweede Kamer de Belastingplannen 2016 aangenomen.

 

Kinderalimentatie? Schuld in box 3!

woensdag 25 november 2015

Kinderalimentatie is sinds dit jaar geen aftrekpost meer. Bij de meeste alimentatiebetalers is dit bekend. Veel minder bekend is dat kinderalimentatie sinds 2015 toch een aftrekpost op kan leveren, namelijk in box 3. Dit is het gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad van een aantal jaren geleden. Die uitspraak kwam erop neer dat de contante waarde van de toekomstige verplichting tot het betalen van alimentatie aftrekbaar was in box 3.

Kinderalimentatie was persoonsgebonden aftrekpost
Dat aftrek lange tijd toch niet mogelijk was, had met een wetswijziging te maken. In de wet werd opgenomen dat verplichtingen die konden worden aangemerkt als een persoonsgebonden aftrekpost (zoals partner- en kinderalimentatie) niet als schuld in box 3 mochten worden opgenomen.

Kinderalimentatie nu verplichting in economisch verkeer
Nu kinderalimentatie niet langer een persoonsgebonden aftrekpost is, is het weer gewoon een verplichting met een waarde in het economisch verkeer. De contante waarde van deze verplichting kan dus weer als schuld worden opgenomen in box 3.

Tip: Informeer bij uw adviseur naar de contante waarde van uw alimentatieverplichting.

Overgang VAR naar modelovereenkomsten

woensdag 25 november 2015

De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Eerste Kamer uiteengezet hoe de overgang van de VAR naar de modelovereenkomsten zou moeten gebeuren. Dit zogenaamde transitieplan kent drie fasen, namelijk de voorbereidingsfase, de invoeringsfase en de fase waarin de nieuwe systematiek is ingevoerd.

De voorbereidingsfase loopt tot 1 april 2016. In deze periode ligt de nadruk op voorlichting en het tot stand komen van modelovereenkomsten. In samenspraak met zzp- en werkgeversorganisaties is besloten om algemene modelovereenkomsten te ontwikkelen. Deze algemene modelovereenkomsten geven zekerheid over de loonheffingen mits in de praktijk volgens de overeenkomst wordt gewerkt. De mogelijkheid om individuele overeenkomsten ter beoordeling voor te leggen aan de Belastingdienst blijft ook bestaan. De Belastingdienst zorgt ervoor dat zowel in de sectorale voorbeeldovereenkomsten als in de algemene modelovereenkomsten de bepalingen zijn gemarkeerd die fiscaal of voor de werknemersverzekeringen relevant zijn. Daarmee wordt duidelijk welke bepalingen partijen kunnen aanpassen zonder het risico te lopen dat er een inhoudingsplicht of een verzekeringsplicht ontstaat uit de overeenkomst.

De invoeringsfase loopt van 1 april 2016 tot 1 januari 2017. In die periode worden geen Verklaringen arbeidsrelaties (VAR) meer verstrekt. Aan een bestaande VAR kan geen vrijwaring voor de loonheffingen meer worden ontleend. Het is de bedoeling dat partijen in deze periode overgaan op het gebruik van een model- of voorbeeldovereenkomst of van een individuele overeenkomst die zij aan de Belastingdienst hebben voorgelegd. Tijdens de invoeringsfase houdt de Belastingdienst wel toezicht, maar zal in principe geen repressieve maatregelen nemen.

Vanaf 1 januari 2017 moet volgens de nieuwe regels worden gewerkt. Dat betekent dat er of geen dienstbetrekking is of loonheffingen moeten worden betaald. De Belastingdienst zal een correctieverplichting of een naheffingsaanslag opleggen als er ondanks een dienstbetrekking geen loonheffingen worden betaald. Als deze dienstbetrekking in 2016 al bestond, wordt alleen de periode vanaf 1 april 2016 in de handhaving betrokken indien voor 1 april 2016 de vrijwarende werking van de VAR van toepassing was.

De staatssecretaris verwacht dat een deel van de overeenkomsten pas na de aanvaarding van het wetsvoorstel deregulering beoordeling arbeidsrelaties zal worden voorgelegd. Hij verzoekt de Eerste Kamer om de behandeling van het wetsvoorstel op korte termijn voort te zetten, zodat inwerkingtreding per 1 april 2016 mogelijk is.

 

Onterecht opgelegde loonsanctie

woensdag 25 november 2015

Wanneer een werknemer arbeidsongeschikt is heeft de werkgever de verplichting om het loon door te betalen. Die verplichting geldt gedurende de eerste twee jaren van de arbeidsongeschiktheid. De werkgever moet tijdens de arbeidsongeschiktheid van een werknemer de re-integratie van de werknemer in het arbeidsproces bevorderen. Doet de werkgever dat onvoldoende dan kan het UWV hem als straf een verlenging van de loondoorbetalingsverplichting opleggen. Deze loonsanctie geldt voor een periode van een jaar.

Een werkgever bestreed de aan hem opgelegde loonsanctie omdat hij van mening was dat hij voldoende inspanningen had verricht om de werknemer te re-integreren. De werkgever baseerde zich op een op zijn verzoek door het UWV gegeven deskundigenoordeel, waarin een arbeidsdeskundige op basis van rapporten van de bedrijfsarts de verrichte re-integratie-inspanningen voldoende vond. Ook was er een later rapport van een arbeidsdeskundige en een sociaal-medisch advies waarin de maximale belastbaarheid van de werknemer op zestien uur per week werd gesteld. De werkgever had de werknemer voor dat aantal uren herplaatst in een andere functie.

Volgens de Centrale Raad van Beroep mag een werkgever in beginsel uitgaan van de juistheid van een deskundigenoordeel waarin zijn re-integratieinspanningen als voldoende zijn aangemerkt. De opmerking in het rapport dat het oordeel is gebaseerd op door de bedrijfsarts van de werkgever vastgestelde beperkingen van de werknemer is niet een duidelijk voorbehoud op grond waarvan de werkgever er rekening mee had moeten houden dat zijn inspanningen bij een latere beoordeling als onvoldoende zouden kunnen worden aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat in dit geval ten onrechte een loonsanctie was opgelegd.

 

Wetsvoorstellen Belastingplan 2016 door Tweede Kamer Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 19-11-2015

woensdag 25 november 2015

Na een moeizaam verlopen behandeling in de Tweede Kamer zijn de wetsvoorstellen die gezamenlijk het Belastingplan 2016 vormen dan toch aangenomen. De stemming over de wetsvoorstellen is meerdere keren uitgesteld. De vraag is nu of met name het eigenlijke Belastingplan ook de Eerste Kamer ongeschonden zal passeren. De partijen die in de Tweede Kamer voor hebben gestemd, hebben geen meerderheid in de Eerste Kamer.

In de Tweede Kamer zijn enkele moties en amendementen ingediend bij het Belastingplan 2016. De aangenomen amendementen betreffen de volgende onderdelen:

  • Verlaging van het tarief in de energiebelasting voor lokaal duurzaam opgewekte elektriciteit tot nihil. Dit wordt bekostigd door een kleine verhoging van het tarief van de eerste schijf voor elektriciteit.
  • Het forfaitaire voordeel uit een aanmerkelijk belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling of een buitenlands beleggingslichaam wordt verhoogd van 4% tot 5,5% van de waarde in het economisch verkeer van de aandelen of winstbewijzen aan het begin van het kalenderjaar. Deze wijziging is bedoeld om te voorkomen dat beleggers overstappen van box 3 naar box 2 om belasting te besparen.
  • De verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken krijgt één nieuw tarief in plaats van de huidige twee tarieven. Dat tarief wordt € 8,83 per hectoliter. Tegelijk wordt het laagste tarief van de bieraccijns opgetrokken naar eenzelfde bedrag. De opbrengst van dit amendement wordt besteed aan de invoering van een btw-vrijstelling voor coördinerende werkzaamheden van eerstelijnszorggroepen en geboortezorgcentra. Deze btw-vrijstelling wordt opgenomen in het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.

De aangenomen moties betreffen verzoeken aan de regering om:

  • In het Belastingplan 2017 te komen met een heffing in box 3 over het werkelijk behaalde rendement in plaats van een forfaitair rendement.
  • Een plan te ontwikkelen om het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat verantwoord blijvend aantrekkelijk te houden en dit te presenteren voor september 2016.
  • Om de verschillende routes waarmee box 2- en box 3-heffing kan worden uitgesteld of ontlopen af te sluiten in het Belastingplan 2017.
  • Met een voorstel te komen om laadpalen voor elektrisch aangedreven voertuigen vrij te stellen van energiebelasting.
  • Zolang de VAR bestaat, deze ruimhartig te verstrekken aan zelfstandigen, ook in de zorgsector.
  • De effecten van de verschuiving in de energiebelasting tussen aardgas en elektriciteit in beeld te brengen en met betere mogelijkheden voor compensatie dan verlaging van de premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds te komen

De overige wetsvoorstellen zijn niet geamendeerd en ongewijzigd aangenomen door de Tweede Kamer.

 

Onderhoudsverplichtingen ex-samenwoners

woensdag 2 september 2015

In een brief aan de Tweede Kamer gaat de staatssecretaris van Financiën in op het onderscheid in alimentatie tussen ex-echtgenoten en tussen ex-samenwoners. Tussen ex-echtgenoten geldt een wettelijke alimentatieplicht. Voor niet gehuwde samenwoners bestaat geen wettelijke alimentatieplicht. Wel kan sprake zijn van een natuurlijke verbintenis die leidt tot een onderhoudsuitkering na beëindiging van de samenwoning. De inkomstenbelasting spreekt over het voldoen aan een dringende morele verplichting. De schenkbelasting spreekt van voldoen aan een natuurlijke verbintenis. Deze begrippen zijn inhoudelijk gelijk en worden fiscaal ook gelijk behandeld.

De staatssecretaris hanteert als uitgangspunt dat ex-samenwoners fiscaal behandeld worden als ex-echtgenoten. Wanneer de onderhoudsuitkeringen tussen ex-samenwoners niet hoger zijn dan volgens de Tremanormen voor alimentatie worden deze geacht voort te vloeien uit een natuurlijke verbintenis. Dat geldt zowel voor de inkomstenbelasting als voor de schenkbelasting.